|
In de theaterzaal van de Warenar hebben zich ruim 100 personen verzameld.
De voorzitter van de Vereniging van Vrienden van Wassenaar, John Lintjer,
heet de aanwezigen welkom en schetst het belang van de avond.
De Vrienden van Wassenaar zijn van mening dat het debat over samenwerking met
Voorschoten niet transparant is. Tot nu toe wordt de doelstelling gemist.
Lintjer vergelijkt uitspraken van Burgemeester Hoekema met de situatie van de
Spaanse Armada-admiraal Sidonia die destijds aangaf niet te weten waar hij was,
waar hij heen ging en wat zijn bestemming zou zijn. Het is slecht afgelopen met
Sidonia.
De commissaris van de Koningin, de heer Jan Franssen begint zijn inleiding met
de woorden “ik ben een vriend van Wassenaar”. Het karakter van Wassenaar is
groen en dat karakter moet overeind blijven vinden de Vrienden van Wassenaar.
Franssen heeft begrip voor dat standpunt.
Sinds het kabinet De Jong, zo’n 45 jaar geleden is de verhouding t.o.v. het
bestuur veranderd.
De samenleving vroeg om een verzorgingsstaat c.q. overheidsingrijpen in de
samenleving. Het kabinet Rutte heeft gezegd het land te willen teruggeven met
meer verantwoordelijkheid voor de burgers. Taken moeten zo dicht mogelijk bij de
burgers worden uitgevoerd, met invloed van de burgers.
Hij geeft aan dat alle grote politieke partijen in de afgelopen decennia de
keuze hebben gemaakt om overheidstaken zo dicht mogelijk bij de burger te
beleggen. Vanuit die visie op bestuur hebben in die afgelopen decennia de
opeenvolgende Kabinetten, van wisselende signatuur en met steeds een vrijwel
kamerbrede steun, ervoor gekozen om het takenpakket van gemeenten te verzwaren.
Hij geeft eveneens aan dat ook het huidige Kabinet kiest voor verdere
decentralisatie van taken op het gebied van zorg, onderwijs en arbeid aan
gemeenten. Hij concludeert dat de verantwoordelijkheden van het lokale bestuur
groter zijn dan ooit tevoren en groter dan in vele andere landen in Europa.
Tegelijkertijd, zegt hij, zijn in Nederland taak en schaal niet met elkaar in
overeenstemming. Daardoor ontstaan knelpunten in bestuurskracht. Gemeenten staan
voor de uitdaging een antwoord op die knelpunten te vinden.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten is de discussie gestart wat deze
verschuiving betekent voor de schaal van een gemeente. De inhoudelijke noodzaak
hiervan wordt algemeen onderkend.
Wat is hiervan de betekenis voor Wassenaar? Wassenaar blijft Wassenaar, aldus
Franssen. Maar, Wassenaar als deel van een grotere gemeente verandert er niet
door. Bij een noodzakelijke schaalvergroting ontstaat een gemeente met meerdere
kernen; een gemeente met meerdere gemeenschappen. Wat betekent dat? Binnen de
gemeenschap moet gebouwd worden aan een sterk verenigingsleven en sociale
samenhang. Dat is de sleutel bij noodzakelijke schaalvergroting.
Een minimale schaal zal een gemeente met 50.000 inwoners moeten zijn om zich te
kunnen handhaven tussen de grote gemeenten Leiden en Den Haag.
Franssen sluit zijn betoog af met een opmerking over de recente
bestuurskrachtmeting. Indien een gemeente een lage bestuurskracht heeft dan is
het de taak van de provincie om in te grijpen. Hij stelt vast dat Voorschoten en
Wassenaar zelf het initiatief hebben genomen om over hun toekomst na te denken
en zelf als eerste aan zet zijn om hun eigen bestuurskracht op peil te houden en
te bevorderen. Of de intensivering van de samenwerking tussen Voorschoten en
Wassenaar op termijn zal leiden tot een fusie tussen beide gemeenten is in
eerste instantie een zaak voor beide gemeenteraden.
Na de woorden van de heer Franssen geeft de heer Lintjer het woord aan de
zaal.
De eerste vragensteller, de heer Rahusen merkt op dat de lage score van de
bestuurskrachtmeting een gevolg is van de slechte verhouding tussen het College
en de Raad. Ingrijpen door de provincie hoeft toch niet meteen te leiden tot een
fusie met Voorschoten? Ingrijpen kan toch ook door de relatie tussen College en
Raad te verbeteren? De heer Franssen beaamt dat maar wijst nogmaals op de
gewenste minimale schaalgrootte van 50.000 inwoners.
De volgende vragensteller is inwoner van de vroegere gemeente Valkenburg.
Volgens hem is de fusie tussen Katwijk, Valkenburg en Rijnsburg zonder enige
raadpleging van de bevolking tot stand gekomen. De heer Franssen bestrijdt die
mening. Het verzoek om samen te gaan is van onderaf, c.q. de gemeenteraden
gekomen.
De heer Borking wijst op een wetenschappelijk onderzoek naar de resultaten
van 7 gemeentelijke samenvoegingen in de provincie Zuid Holland. Het onderzoek
heeft het over een noodzakelijke schaalgrootte van 20.000 inwoners en niet van
50.000. De burgerparticipatie en democratische betrokkenheid is over het
algemeen afgenomen hetgeen o.m tot uiting komt in de opkomst bij verkiezingen.
De welzijnsvoorzieningen zijn wel verbeterd.
De heer Franssen bestrijdt fel het genoemde aantal van 20.000 inwoners als
ondergrens. Vervolgens zegt hij dat als Wassenaar niet opgaat in een groter
geheel de invloed, o.a. in Haaglanden, steeds geringer zal worden.
Hij noemt als succesvol voorbeeld de herindeling van het Westland en de gemeente
Teylingen.
Er wordt gevraagd of de burgers dan zelf meer taken moeten gaan uitvoeren. De
heer Franssen zegt dat dit mogelijk zal kunnen gebeuren. Zeker omdat er al door
het Rijk meer taken naar de gemeentes zijn/worden overgeheveld. Maar ook regels
vanuit Europa zijn hierop van invloed.
De heer Ooms stelt nog dat de Raad momenteel met een mandaat zit om Wassenaar
in de lopende periode zelfstandig te houden.
Wethouder Sanders meldt dat de Wassenaarse Raad een 9-tal bestuursopdrachten aan
het College heeft gegeven. Alle politieke partijen m.u.v. de PvdA hebben in hun
verkiezingsprogramma opgenomen dat er niet gefuseerd wordt.
De heer Franssen reageert hierop met de mededeling dat er dan niet gefuseerd
wordt tijdens deze raadsperiode maar dat verdere gedachtenvorming wel zal moeten
plaatsvinden. Schaalvergroting is gezien de taken die een gemeente heeft
onvermijdelijk. Het levert kansen en bedreigingen op. Benut die kansen en
reageer op de bedreigingen door die zoveel mogelijk af te wenden.
Schaalvergroting is niet alleen maar koek en ei. Er zitten ondanks de noodzaak
ook minder prettige kanten aan. Hier ligt ook een taak voor de Vrienden van
Wassenaar als intermediair tussen de inwoners, de gemeenteraad en het College.
De heer Lintjer merkt op dat hij denkt dat deze avond als start kan worden
beschouwd voor een verdere discussie tussen burgers en de diverse overheden. De
heer Franssen zegt toe hierover na te willen denken.
Hierna dankt de heer Lintjer de aanwezigen voor hun belangstelling en inbreng.
|